Het was oktober, 2004. Ik was net begonnen aan mijn eerste jaar op de Filmacademie. We waren allemaal jong - ik 21, jij pas 19. Net zoals we allemaal onbevangen, naïef en ambitieus waren.
Elke maandag hadden we filmgeschiedenis in de bioscoopzaal. Zo ook die maandag dat jij vlak voor de les begon naast me kwam zitten; er stond een of andere saaie zwart-witfilm uit het jaar kruik op het programma. Ik had je nog nooit gesproken. Je viel op met je korte haar, de zijkanten opgeschoren met krullerige patronen erin. Met heldergroene ogen keek je me aan. 'Heb jij hier zin in?' Je accent verraadde een jeugd in Limburg. Ik schudde mijn hoofd. 'Kom,' lachte je ondeugend. 'We gaan een roseetje drinken.' Verscheurd door plichtsbesef en opwinding keek ik je aan. De opwinding won. Pas tegen middernacht kwamen we het café weer uit, in volle overtuiging dat een nieuw ritueel was geboren.
Eenmaal weer nuchter brak het plichtsbesef ons op. We voelden ons te schuldig om steeds lessen te skippen. Maar het een hoefde het ander niet uit te sluiten, vond jij. De week erop kwam je met een fles rosé naar school, die we in de les op de achterste rij giechelend open plopten. Ook trok je stokbrood en kruidenboter uit je tas: van rosé krijg je immers lekkere trek. Een jaar lang hielden we dit vol, de rest van de klas gruwelend van onze knoflookmuil.
Toen de lessen filmgeschiedenis ophielden, gleed het roséritueel stilzwijgend de vergetelheid in. Net zoals de onbevangenheid en naïviteit. Die ondeugende glimlach verdween echter nooit. De ambitie ook niet. Na ons afstuderen zag ik je opbloeien, als editor en als persoon. Soms van een afstandje, soms dichterbij, als we samenwerkten of de kroeg in doken.
Veertien jaar na die eerste kennismaking stapte ik stiknerveus je montageruimte in. Het was de eerste montagedag van mijn regiedebuut Happy Hannah. Daar zat je. Je haren nu lang, je koppie nog steeds smal, je ogen nog even helder. Je omhelsde me. 'Het komt wel goed schat,' zei je, met Limburg nog steeds aanwezig in je stem. En met die bekende ondeugende grijns toverde je een fles rosé, stokbrood en kruidenboter tevoorschijn.
Toerist doodgeslagen op Mallorca. Het zijn altijd onbekenden over wie dit soort nieuwsberichten gaan. Tot het woord 'toerist' ineens veranderde in jouw naam: Wouter van Luijn.
Lieve, lieve, talentvolle Wouter. Daar ging je - zonder fade-out, zonder aftiteling. Met een keiharde 'cut' was je er ineens vandoor. En man, wat laat die cut een diepe wond achter.
Rust zacht, lief.
Deze column is gepubliceerd in de PS van het Parool van 18 juli 2018.