Zomercolumn #1: Weg met druk, hip en happening

Het is een zonnige dag in Amsterdam. Aan de overkant van het water puilen de terrassen uit. Sloepen vol feestende mensen tuffen luidruchtig voorbij. De buurvrouw, die op het balkon zit te zonnen, kijkt even verstoord op als er een grote verhuiswagen de smalle straat inrijdt. Die verhuiswagen komt voor ons, voor mijn vriend en mij.

afbeeldingzomerclumn.jpg

Weg met druk, hip en happening

Scenarioschrijfster Anne Barnhoorn (36) verhuisde onlangs van de stad naar een piepklein dorp en schrijft daar deze zomer over. Deze week: op ontdekkingstocht door Noord-Holland is daar ineens dat oude bakkerijtje.

Nerveus schud ik het bonkige type dat uitstapt de hand. Binnen no time hebben we de boel ingeladen. Op weg naar de snelweg passeren we de halve binnenstad. Met mijn neus tegen het raam gedrukt kijk ik naar het leven op straat. Over een klein uur woon ik officieel in een stokoud bakkerijtje in een piepklein dorp in de middle of niks. Er is geen sportschool, geen bioscoop, geen café, niet eens een supermarkt. Alleen maar vogels, schapen en koeien. En land. Maar liefst een hele hectare hiervan staat op onze naam. Bibberig blaas ik mijn adem uit en focus me op de weg. We rijden net de stad uit, de snelweg op. Waar gaan we daar in godsnaam de dagen mee vullen joh?

Ik woon al sinds mijn vierde in Amsterdam. De stad en ik hebben elkaar zien opgroeien, veranderen en uitdijen. In dat laatste geval de stad gelukkig iets meer dan ik. Een echt stadsmens vond ik mezelf altijd. Want hier in Amsterdam gebeurt het, en waar het gebeurt, daar moest ik bij zijn. Jarenlang was ik erbij en genoot ik ervan. Maar hoe ouder ik werd, hoe vaker ik me leeg voelde na een weekend koffiedrinken, shoppen, sporten, uitgaan, katerontbijten, naar de film en uit eten gaan. Alsof ik me vol overgave door een zak M&M's had gesnaaid en nu head first de suikerdip in dook. De behoefte aan rust en natuur knaagde aan me, maar mijn god, wat vond ik dat saai van mezelf. Dus stortte ik me maar weer in de afleiding. Net zoals je zodra die suikerdip wegtrekt, wel weer zin krijgt in een nieuwe zak M&M's.

Saai

Fast forward langs een identiteitscrisis en een psycholoog die dankzij mij met pensioen wil en ik durf het eindelijk aan mezelf toe te geven. Ik wil niet druk, hip en happening. Ik wil stil, minder en saai. Nu dit besef de ruimte heeft gekregen, valt niet meer te ontkennen hoe heftig die 'Venetiaanse taferelen' door het groeiend toerisme in de stad me onder de huid zitten. Als mijn vriend en ik willen gaan samenwonen, spreek ik dan ook voorzichtig uit dat ik misschien wel de stad uit wil. Misschien, want de twijfel blijft. Is die hele natuurwens niet een gevalletje dwarsfluit? Als kind zeurde ik ooit net zolang tot m'n moeder zo'n ding kocht. Drie keer blazen en de lol was eraf.

Het laatste duwtje in de rug komt van de exorbitant gestegen huizenprijzen; onze enige betaalbare optie in de stad is een uitgewoonde schoenendoos. En dus gaan we met de Green Wheels op ontdekkingstocht door Noord-Holland. Naar woonboten aan winderige vaarten, opknappertjes in weilanden, schots en scheve monumentenpanden, uitgewoonde boshuisjes. Verwarrend, is het. Je kunt wel de natuur in willen, maar welke natuur dan? En hoeveel natuur wil je dan precies? En hoe ver mag die natuur van de bewoonde wereld af liggen?

Net als de twijfel weer begint te woekeren, is daar ineens dat oude bakkerijtje in dat dorp dat niet groter is dan een straat. Door de weilanden vol schapen, koeien en paarden rijden we erop af. Nog voordat we zijn uitgestapt weten we het. Dit is het. Dit is ons huis. Drie weken later staat het op onze naam. Voor 40.000 euro minder dan de vraagprijs, mind you.

Verwarrend is het. Je kunt wel de natuur in willen, maar welke natuur dan?

In allerijl ruilen we het Green Wheelsabonnement in voor een eigen auto; openbaar vervoer komt er niet in 'ons dorp'. Die auto parkeren we nu bij ons huis, naast de verhuiswagen. In het veld aan de overkant wordt mais gezaaid. Er klinkt koeiengeloei. De buurvrouw steekt nieuwsgierig haar hoofd uit het raam. Samen met de bonkige verhuizer dragen we onze spullen de nieuwe drempel over. Het mee naar binnen gelopen gras ligt meteen door het hele huis.

Paniek

In de avondzon maken we een inspecterend rondje door onze tuin. Is dit onkruid? Hoort dit hier? Wat is dit voor boom? Die wilgen, moeten die niet geknot, ooit, of zo? Wat groeit hier dan voor iets raars? Is deze boom wel gezond? Hoort die vijver zo vol met riet? Die molshopen, moeten we daar wat mee? Het enige dat we met zekerheid kunnen constateren is dat het gras veel te hoog staat. Licht in paniek kijken we elkaar aan. Daar staan we dan, twee stadsmensen die nog geen basilicumplant in leven kunnen houden. Nu hebben we een hectare grond om te bestieren. Of liever gezegd, om ons te bestieren.

Het is me in een klap duidelijk waar we hier de dagen mee gaan vullen.