Het is twaalf uur ‘s middags, de normaal werkende mens richt zich alweer op de lunch. Ik lig in bed naar het plafond te staren. Het is doodstil in huis. Totdat in de woonkamer mijn laptop begint te ruisen. Via de gang bereikt het me in afgezwakte vorm. Het port en het steekt me: ’Je had toch zo’n briljant idee. Schrijf het dan!’
Tien jaar geleden, tijdens mijn afstudeerjaar aan de Filmacademie, volgde ik een Duitse taalcursus. De eerste les met mijn medecursisten was een afstandelijke bedoening, de afsluitende barbecue een hysterisch bacchanaal waarbij we elkaar zo ongeveer de eeuwige liefde verklaarden. Dit groepsproces fascineerde me zo dat ik besloot er ooit, als ik meer ervaring als schrijver had opgedaan, een film over te schrijven.
Nadat ik een Kalf won voor Aanmodderfakker besloot ik dat de tijd rijp was. Ik schreef een filmplan over zes Nederlanders die in Berlijn een Duitse taalcursus volgen en noemde het Immer Gerade Aus. Een tragikomedie over de pijn van het dagelijks leven. Over loskomen van ingesleten patronen en verwachtingen en omarmen dat we allemaal worstelen, vallen, opstaan en maar weer verder kruipen.
Al vrij snel werd ik overvallen door de enorme omvangrijkheid van mijn eigen plan. Zes personages met een volwaardige spanningsboog die elkaar ook nog eens doorkruizen, versterken of juist tegenkleuren. En dan was er ook nog de boog van de groep als geheel. Vlechtwerk van een hogere orde. Steeds als ik iets aan een van de verhaallijnen veranderde, stortten de andere vijf als een kaartenhuis in elkaar.
Vier jaar schrijven, twee scriptcoaches, drie script workshops, een paar subsidie afwijzingen en ontelbare andere tegenslagen verder hoop ik dit jaar dan toch eindelijk het script af te ronden. Maar omdat deze film zich volledig in Berlijn afspeelt is de financiering ingewikkeld, tel daar maar gerust twee jaar voor uit. Vervolgens neemt het proces van filmen, monteren en nabewerking ook nog makkelijk een jaar in beslag. Kortom; tegen de tijd dat deze film in de bioscoop draait is het niet onwaarschijnlijk dat hier minstens acht lange jaren aan bloed, zweet en tranen in zit.
En dus lig ik soms midden op de dag volledig overweldigd in bed. Waar ben ik in godsnaam aan begonnen? Is dit het allemaal wel waard? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat na de paniek het vertrouwen altijd weer terugkomt. Dan ruist de laptop ineens een stuk vriendelijker, alsof hij me toefluistert dat goede ideeën hoe dan ook hun weg in de wereld wel zullen vinden.
En dus ga ik door. Ik worstel, ik val, ik sta op en ik kruip verder: Immer Gerade Aus.
Deze column is gepubliceerd in de PS van het Parool van 20 juni 2018.