De thermometer tikt de 36 graden aan als ik op bezoek ga in mijn oude appartement in Amsterdam. Met het zweet op mijn voorhoofd kijk ik omhoog, naar het Frans balkon waar ik zoveel uren heb doorgebracht. Het was mijn favoriete plek in huis. Met een glas wijn over de reling hangend, zittend met de kat op schoot, of bij mooi weer liggend in bikini tussen de openslaande deuren. Van dat laatste heeft de overbuurjongen ook veel plezier gehad, verklapte hij toen ik verhuisde.
Wie twijfelt, kiest niet
Scenarioschrijfster Anne Barnhoorn (36) verhuisde onlangs van de stad naar een piepklein dorp en schrijft daar deze zomer over. Deze week: voorafgaand aan de beslissing om te verhuizen was er grote twijfel en keuzeangst.
De indeling is veranderd, de parketvloer opgeknapt en alle muren zijn weer fris wit. Niets herinnert nog aan de twaalf jaar die ik hier in mijn eentje woonde. Terwijl de nieuwe bewoner een glas water voor me haalt, ga ik op zijn bank zitten en kijk om me heen. Het voelt raar om hier te zijn. Alsof ik mijn lievelingsjurk, waar ik eigenlijk al uitgegroeid ben, heb aangetrokken. Ik had melancholie verwacht, maar ik voel vervreemding. Dit is niet meer mijn thuis. En dat terwijl ik, precies op de plek waar ik nu zit, zo'n tien maanden geleden nog een paniekaanval had omdat ik dit 'thuis' niet wilde opgeven.
Hartkloppingen
Direct nadat mijn vriend en ik een bod hadden uitgebracht op ons nieuwe huis, sloeg de twijfel toe. Dit huis kopen zou voor mij niet alleen betekenen dat ik 'mijn' stad zou verlaten, maar ook dat ik voor het eerst zou gaan samenwonen. En ineens wist ik niet meer of ik dat allemaal wel zo graag wilde. Ik kreeg hartkloppingen en een verlammende pijn op mijn borst. Stiekem hoopte ik dat ons bod werd afgewezen, dan zou alles zo kunnen blijven als het was. Er kwam een tegenbod. Mijn vriend was blij, ik schoot in die paniekaanval.
Mijn moeder had advies: "Wie twijfelt, kiest niet." Ik zat meteen op de kast. "Ja, hè hè! Maar wie kiest, kan ook verkeerd kiezen. Wat als ik verpieter, daar op het land? Of als ik samenwonen verschrikkelijk vind? Terug naar de stad verhuizen lukt nooit meer met deze huizenprijzen!" Mijn moeder zuchtte diep. "Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest," zei ze. Waarop ik diep zuchtte. "Je begrijpt er geen zak van," zei ik. Zij vond dat ík er geen zak van begreep. "Als je echt niet kan kiezen, doe het dan maar gewoon niet," zei ze voordat ze ophing. "Het is een huis dat je koopt hè, geen broodje."
Tussen de openslaande deuren ging ik liggen mokken. Ik wilde helemaal niet kiezen, ik wilde het allebei. De rust en de ruimte van het land, en het gemak en plezier van de stad. Samenwonen, maar ook alleen zijn. En ineens drong het tot me door. Daar zat precies het probleem. Mijn twijfel kwam voort uit angst om te kiezen. Kiezen voor het een zou immers betekenen dat ik het andere zou verliezen. Hoewel het idee van naar buiten de stad verhuizen van mij kwam, was ik me nu het werkelijk ging gebeuren, onbewust aan het verzetten. Ik was bang om mijn flierefluiterige leven los te laten en mezelf vast te leggen. In een dorp, aan een hypotheek, maar ook in een relatie met een toekomst. Ik was eigenlijk gewoon doodsbang voor het volwassen leven.
Het was een inzicht dat alles omdraaide. Ineens was mijn spiegelbeeld niet meer een onschuldig gevalletje twijfelkont, maar een volwassen vrouw die zich gedroeg als een verwend kind. Die avond nog zei ik 'ja'. Tegen het huis, tegen mijn vriend, tegen het volwassen leven. Tegen schapen als buren, tegen rust, stilte, ruimte. Maar ook tegen het verlies van flexibiliteit, tegen eeuwige onderhoudsklussen, tegen de keerzijde van die stilte en tegen een (nog te ervaren) snijdende oostenwind.
Dinosaurussen
Hier en nu, op die bank in mijn oude appartement, voel ik hoe ik de afgelopen maanden gegroeid ben in mijn keuze. Ik kijk naar buiten, naar dat uitzicht dat ik blind kan uittekenen. De overbuurjongen zit achter zijn bureau. Nu pas begrijp ik wat mijn moeder bedoelde en ook dat ze gelijk had. Niet kiezen was uiteindelijk erger dan een keuze gemaakt hebben. Het enige waar ze geen gelijk in had, is dat ons nieuwe huis geen broodje is. Dat is het namelijk wel. Een halfje bruin, om precies te zijn.
Het is overigens niet alsof ik nu nergens meer bang voor ben. Het volwassen leven blijft doodeng. Wat dacht je van het onderwerp kinderen. Of, op een ander niveau, de rammen van de boer naast ons. Koppen als dinosaurussen en kloten zo groot als basketballen. Doodeng.