De afgelopen weken heb ik meegeschreven aan seizoen twee van de (kinder-)serie De Regels van Floor (aanrader!). De afleveringen mocht ik baseren op pijnlijke en gênante herinneringen uit mijn eigen jeugd. De ene na de andere anekdote schudde ik uit mijn mouw. Van de geit die door mijn toedoen bijna stikte in een bananenschil. Van mijn bokkensprongen om maar niet voor de ogen van de klas op de weegschaal te hoeven. Van toen ik gesnapt werd terwijl ik de kranten van mijn krantenwijk stond te dumpen. En van toen ik voor de lol iemands bezit molde.
Ik was negen. Op een regenachtige woensdagmiddag doolde ik samen met mijn beste vriendinnetje rond op haar gedeelde zolder. De buurman had hier een aantal grote, op karton geplakte legpuzzels opgehangen. Een soort schilderijen van puzzelstukjes. Ik kwam op het - in mijn ogen - hilarische idee om deze puzzelstukjes van het karton af te krabben. Uren waren we bezig. Tegen de tijd dat we voor het eten werden geroepen, vertoonden alle puzzels een gapend gat. De afgekrabde stukjes verzamelden we in de wasmachine van de buurman. Terwijl mijn vriendinnetje de trap afstommelde, zette ik deze nog even snel aan.
Het beeld van de buurman die huilend binnenstormde terwijl wij aan het avondeten zaten, raakt me nog steeds. Niet zijn overstromende wasmachine zat hem dwars, maar het feit dat we zijn puzzels kapot hadden gemaakt. Zijn puzzels waar hij lange avonden aan had gespendeerd, waar hij trots op was. Zelden heb ik me zo diep geschaamd als toen.
Wat bezielde me om te denken dat dit een goede grap was? De willekeur van mijn handelen fascineerde me. Maar al schrijvende liep ik vast. Schrijven is betekenis geven aan de willekeur van het leven, maar het lukte me maar niet deze anekdote naar dat niveau te tillen.
Terwijl ik al was doorgegaan met het volgende script begon het me te dagen. Ik had de klemtoon verkeerd gelegd. Niet mijn motivatie was van belang, maar de les die ik geleerd had. Met terugwerkende kracht zag ik dat het verdriet van de buurman mij deed beseffen dat ik een grens had overschreden. Ik heb die middag een belangrijke les geleerd: respect hebben voor andermans bezit.
Jammer genoeg kwam het besef van de onderliggende betekenis te laat. Het script was al afgekeurd. Gelukkig is daar nog de anekdote van de stikkende geit. Want die kreeg ik wel naar een hoger niveau. Maar ja, zeg nou zelf. Een geit een hele banaan voeren is natuurlijk ook helemaal niet willekeurig en dom.
Deze column is gepubliceerd in de PS van het Parool van 15 aug 2018.